**1.** Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Het is te allen tijde duidelijk welke persoon de taken en verantwoordelijkheden van schipper vervult, waaronder de verantwoordelijkheid voor de besturing en monitoring van het schip;
De bestuurder is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement;
Het is te allen tijde duidelijk wie de feitelijke besturing en monitoring van het schip voert, wat wordt vastgelegd in een logboek;
De bestuurder bestuurt één schip tegelijk, is voldoende fit en in goede conditie, en is bekend met de systemen aan boord of in de afstandsbesturingscentrale;
De bestuurder vergewist zich te allen tijde van de locatie en de technische staat van het schip en de lading van het schip, en handelt bij calamiteiten;
De bestuurder neemt maatregelen bij verlies van connectiviteit met het schip.
**2.** De voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 1.26, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, worden gesteld in het belang van het waarborgen van het veilige en vlotte scheepvaartverkeer.
**3.** De bestuurder stelt de bevoegde autoriteit terstond en volledig op de hoogte van een wijziging in de bij de aanvraag ingediende gegevens gedurende de looptijd van de ontheffing.
**4.** Een ontheffing kan in ieder geval door de bevoegde autoriteit worden ingetrokken of gewijzigd, indien:
niet meer voldaan wordt aan één van de voorgaande leden; of
één of meer van de aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd.
Artikel 2
Voorwaarden
Onderdeel van Regeling ontheffingsmogelijkheid ter bevordering van vergaand geautomatiseerd varen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 16 april 2025