De scheepsbeheerder die een persoon uit één van de in artikel 2.2.1 genoemde staten als kapitein op een zeeschip aanstelt, beschikt over een geldig, aan deze scheepsbeheerder gerichte toestemming als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet waarop de naam van die persoon is vermeld.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Bewijs van toestemming
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025