Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.6

Vergelijkbare functies

Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Vergelijkbare functies als bedoeld in artikel 3.1.3, derde lid, van het besluit zijn: voor de functies van kapitein, eerste stuurman of wachtstuurman: registerloods; Noordzeeloods; nautisch surveyor van zeeschepen van een erkende organisatie; medewerker van nautische inspecties van scheepsbeheerders; ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport, voor zover betrokken bij het toezicht op zeeschepen; simulatorinstructeur op een door de Inspectie Leefomgeving en Transport erkende simulator voor stuurhuisactiviteiten Nautisch A, zoals opgenomen in de Leidraad maritieme simulatoren; schipper zoute veren als bedoeld in artikel 2.10 van de Binnenvaartregeling; en schipper van een zeegaand reddingvaartuig van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). voor de functie van werktuigkundige: technisch surveyor van zeeschepen van een erkende organisatie; medewerker van technische inspecties van scheepsbeheerders; ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport, voor zover daadwerkelijk betrokken bij het toezicht op zeeschepen; simulatorinstructeur op een door de Inspectie Leefomgeving en Transport erkende simulator machinekameractiviteiten Technisch A, zoals opgenomen in de Leidraad maritieme simulatoren; werktuigkundige, werkzaam in de binnenvaart; werktuigkundige, werkzaam op elektriciteitscentrales, gemalen en de procesindustrie; werktuigkundige, werkzaam op zeeschepen zonder eigen voortstuwing; werktuigkundige, werkzaam op installaties in de offshore-industrie; en inbedrijfsteller scheepsinstallaties. 2. De minister kan andere functies dan de functies, bedoeld in het eerste lid, als vergelijkbare functie aanmerken. 3. Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder daarvan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing, ten minste vierentwintig maanden een functie als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft vervuld. 4. De bevoegdheden waarvoor het vernieuwde vaarbevoegdheidsbewijs geldig is, zijn niet ruimer dan die, welke bij aanvang van de vergelijkbare functie bestonden. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel