Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie aan boord van een zeeschip, niet zijnde een zeilschip van minder dan 500 GT, is de aanvrager in het bezit van de in bijlage 1 en 2 vastgestelde kennisbewijzen en bekwaamheidsbewijzen en wordt ten minste voldaan aan de vastgestelde diensttijdvereisten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Vaarbevoegdheid zeeschepen, niet zijnde zeilschepen minder dan 500 GT
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025