Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stoomvoortstuwing, bedoeld in artikel 3.2.14 van het besluit:
is de aanvrager in het bezit van ten minste een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3.2.11 van het besluit; en
heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-III/2 van de STCW-code, voor wat betreft het aspect voortstuwing door middel van stoomturbines.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.15
Bekwaamheidsbewijs stoomvoortstuwing
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025