Voor de afgifte van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle zeeschepen of scheepswerktuigkundige waterbouw:
voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
voorschrift III/2, tweede lid, onderdeel 2;
heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
sectie A-III/2, eerste tot en met zesde lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in onderdeel 4 bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige alle zeeschepen betreft; en
heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, waarvan zes maanden gedurende wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.5
Kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle zeeschepen en scheepswerktuigkundige waterbouw
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025