Voor een zeeschip waarop zeevarenden werkzaam zijn met uiteenlopende gewoonten van godsdienstige of sociale aard, kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en onder daarbij te stellen voorschriften, ontheffing verlenen van norm A3.1 van het MLC-verdrag, mits dit niet leidt tot situaties die voor één of meer zeevarenden aan boord van het desbetreffende zeeschip minder gunstig zijn dan zonder het verlenen van die ontheffing het geval zou zijn.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.18
Ontheffing wegens gewoonten zeevarenden
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025