Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.4

Slaapverblijven

Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.1.2 en 4.1.3 voldoen de slaapverblijven aan de in de onderstaande tabel opgenomen onderdelen van normen van het MLC-verdrag: ligging op het zeeschip, niet zijnde een passagiersschip norm A3.1, zesde lid, onderdeel c afscheiding van andere ruimten norm A3.1, zesde lid, onderdeel e ventilatie norm A3.1, zevende lid, onderdeel a verlichting norm A3.1, achtste lid individueel slaapverblijf voor elke zeevarende op andere zeeschepen dan passagiersschepen norm A3.1, negende lid, onderdeel a, eerste zinsnede afzonderlijke slaapverblijven voor mannen en vrouwen norm A3.1, negende lid, onderdeel b afmetingen en uitrusting norm A3.1, negende lid, onderdeel c eigen slaapplaats voor elke zeevarende norm A3.1, negende lid, onderdeel d minimumafmetingen van een slaapplaats norm A3.1, negende lid, onderdeel e vloeroppervlak van slaapverblijven voor één zeevarende norm A3.1, negende lid, onderdeel f vloeroppervlak en aantal zeevarenden per slaapverblijf op zeeschip van minder dan 3.000 GT, anders dan een passagiersschip of een zeeschip voor bijzondere doeleinden norm A3.1, negende lid, onderdeel h vloeroppervlak van slaapverblijven op een passagiersschip of een zeeschip voor bijzondere doeleinden norm A3.1, negende lid, onderdeel i vloeroppervlak van slaapverblijven voor meer dan 4 zeevarenden op een zeeschip voor bijzondere doeleinden norm A3.1, negende lid, onderdeel j vloeroppervlak van slaapverblijven voor zeevarenden die taken als officier verrichten norm A3.1, negende lid, onderdeel k, of norm A3.1, negende lid, onderdeel l, voor een passagiersschip of een zeeschip voor bijzondere doeleinden aan het slaapverblijf grenzende aanvullende ruimte voor de kapitein, de hoofdwerktuigkundige en de eerste stuurman norm A3.1, negende lid, onderdeel m, eerste zinsnede meubilair norm A3.1, negende lid, onderdelen n en o 2. In aanvulling op norm A3.1, negende lid, onderdeel e, van het MLC-verdrag bedraagt de binnenwerks gemeten lengte van een slaapplaats ten minste 2.000 mm. 3. Slaapverblijven zijn achter het aanvaringsschot gelegen. 4. Slaapverblijven voldoen voorts aan de normering van de in de onderstaande tabel opgenomen leidraden dan wel onderdelen van leidraden van het MLC-verdrag: elektrische leeslamp leidraad B3.1.4, tweede lid comfort van slaapplaatsen leidraad B3.1.5, eerste lid uitrusting met een badkamer, inclusief toilet leidraad B3.1.5, tweede lid scheiding van wachthoudende en overdag werkende zeevarenden leidraad B3.1.5, derde lid het maximale aantal onderofficieren per slaapverblijf leidraad B3.1.5, vierde lid een aan het slaapverblijf grenzende aanvullende ruimte leidraad B3.1.5, vijfde lid de ruimte voor diverse voorzieningen die mede begrepen zijn in de maten van het vloeroppervlak leidraad B3.1.5, zesde lid slaapplaatsen boven elkaar leidraad B3.1.5, zevende lid, achtste en twaalfde lid materiaal van bedstel, zijwanden en meubels leidraad B3.1.5, negende lid, tiende lid en dertiende lid matrassen leidraad B3.1.5, elfde lid gordijnen of vergelijkbare voorzieningen leidraad B3.1.5, veertiende lid overige voorzieningen slaapverblijven leidraad B3.1.5, vijftiende lid, en B3.1.10 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel