Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.7

Verwarming en airconditioning

Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Verblijven worden voldoende verwarmd, rekening houdend met de klimatologische omstandigheden. 2. Onverminderd het eerste lid wordt een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer, met uitzondering van een vissersvaartuig dat uitsluitend in tropische gebieden actief is, voldoende verwarmd door middel van een geschikt verwarmingssysteem. 3. Het verwarmingssysteem, bedoeld in het tweede lid, zorgt, voor zover nodig, onder alle omstandigheden voor warmte en is operationeel wanneer vissers aan boord zijn. 4. Een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer is, voorzien van airconditioning in verblijven, op de brug, in de radiokamer en in de gecentraliseerde machinecontrolekamer, met uitzondering van een vissersvaartuig dat regelmatig actief is in gebieden waar de gematigde klimatologische omstandigheden geen airconditioning vereisen. 5. Aan het gestelde in het eerste tot en met vierde lid wordt in ieder geval voldaan indien norm A3.1, zevende lid, onderdelen b en d, en leidraad B3.1.3, tweede en derde lid, van het MLC-verdrag, zoals die luidde op 15 november 2019, is toegepast. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel