Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2026

1. De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, bedraagt 20% van de kosten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, met een minimumbedrag van € 2.500 per aanvraag en een maximumbedrag van € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak. 2. In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, en 6, vierde lid, van het Kaderbesluit kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die op grond van een andere regeling zijn gesubsidieerd of gefinancierd, behalve in het geval van bovenlokale ondernemingen. 3. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie een maximumbedrag van € 300.000 per onderneming als de steun wordt gerechtvaardigd door de reguliere de-minimisverordening, en kan dit maximumbedrag naar beneden worden bijgesteld als de ontvanger eerder steun op grond van die verordening heeft ontvangen. 4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gebouwde onroerende zaak ook begrepen bouwwerken op hetzelfde perceel die het doel van het maatschappelijk vastgoed ondersteunen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel