**1.** De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 8.695.000,– per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:
maximaal € 55.000,– per bevoegd gezag voor de ondersteunde activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en
maximaal € 160.000,– per school voor de keuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
**2.** De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 2.485.000,– per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:
maximaal € 55.000,– per bevoegd gezag voor de ondersteunde activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en
maximaal € 45.000,– per school voor de keuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
**3.** Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, niet meer dan 90% van de gerealiseerde kosten.
**4.** Onverminderd het tweede lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, niet meer dan 97,5% van de gerealiseerde kosten.