Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verzuimboetes

Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boeten Dienst Toeslagen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2025

1. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Awir kan Dienst Toeslagen een boete opleggen. 2. Dienst Toeslagen herinnert de overtreder voorafgaande aan de aanmaning, als bedoeld in artikel 38 van de Awir, schriftelijk aan de informatieverplichting en de constatering van de overtreding. Deze brief geldt als een waarschuwing. 3. Als een kinderopvangorganisatie de in artikel 38 van de Awir genoemde informatie niet of niet tijdig verstrekt en Dienst Toeslagen een boete oplegt dan wordt de boetehoogte vastgesteld conform onderstaand schema tenzij bijzondere omstandigheden een andere boetehoogte rechtvaardigen. Verzuimboete Kindercentra, boete per LRK, per maand Bedrag per 1/1/25 • 10% van maximum € 671 • recidive 25% van maximum € 1.677 Maximum: bedrag genoemd in artikel 40, eerste lid, van de Awir (per 1 januari 2025 € 6.709) Gastouderbureau, boete op basis van aantal geregistreerde kinderen, per maand Bedrag per 1/1/25 • 1-10 kinderen: 5% van maximum, 1e overtreding € 335 • recidive 10% van maximum € 671 • 10-20 kinderen: 7.5% van maximum, 1e overtreding € 503 • Recidive 15% van maximum € 1.006 • > 20 kinderen: 10% van maximum, 1e overtreding € 671 • Recidive 20% van maximum € 1.342 Maximum: bedrag genoemd in artikel 40, eerste lid, van de Awir (per 1 januari 2025 € 6.709) 4. Dienst Toeslagen vermindert de hoogte van de boete indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. In afwijking van de voorgaande leden kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het wettelijk maximum van artikel 40, eerste lid, van de Awir worden opgelegd. 5. Als het aan grove schuld of opzet van de overtreder te wijten is dat de gegevens of inlichtingen niet zijn verstrekt, moet Dienst Toeslagen vooraf een keuze maken tussen het opleggen van een boete op grond van artikel 40, eerste lid, van de Awir of een boete op grond van artikel 41, eerste lid, van de Awir.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel