Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Aanvraag voor de specifieke uitkering of wijziging van de uitkering

Onderdeel van Regeling kansrijke wijk (tweede tranche)· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juli 2026

1. Een uitkering kan worden aangevraagd van 7 juli 2025 tot en met 17 oktober 2025. 2. De uitkering wordt aangevraagd door het college met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier, waarin het college aangeeft wat de te behalen resultaten zijn. Een aanvraag kan enkel worden ingediend met een handtekening van de burgemeester, als voorzitter van de alliantie, en van de directeur van de programmaorganisatie. 3. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag indienen voor een uitkering die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026. Het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4. Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, wijzigen voor wat betreft de te behalen resultaten binnen het budget voor een thema of voor het integrale deel. 5. Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, enkel wijzigen na goedkeuring van de minister, indien: de wijziging ziet op een nieuw te behalen resultaat dat niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven; of de wijziging ziet op een niet meer te behalen resultaat. 6. In een situatie als bedoeld in het vijfde lid dient het college een aanvraag tot wijziging van de uitkering in bij de minister. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 7. De aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het zesde lid, kan door het college worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2028. Indien uitstel van de bestedingstermijn als bedoeld in artikel 10, vierde lid, is verleend, kan de aanvraag tot wijziging van de uitkering ook worden ingediend van 1 oktober 2028 tot uiterlijk drie maanden vóór de datum tot wanneer het uitstel van de bestedingstermijn is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel