Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden samenwerkingsverband en penvoerder

Onderdeel van Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 14 maart 2026

1. Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één onderwijsinstelling die een opleiding verzorgt, blijkens de Registratie instellingen en opleidingen, en twee zorgaanbieders, of één zorgaanbieder en één welzijnsaanbieder; of één GGD en één zorg- of welzijnsaanbieder. 2. De penvoerder is een zorg- of welzijnsaanbieder binnen het samenwerkingsverband. 3. De penvoerder treedt op als subsidieaanvrager namens een samenwerkingsverband en is verantwoordelijk voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. 4. Subsidie kan enkel worden verstrekt indien de penvoerder en ten minste een andere zorg- of welzijnsaanbieder beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code. 5. In afwijking van het eerste en vierde lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister op de in artikel 11, zesde lid, aangegeven wijze is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders of één welzijnsaanbieder en één zorgaanbieder, waaronder de penvoerder. 6. Indien de penvoerder mbo-leerlingen begeleidt, kan subsidie enkel worden verstrekt indien het een erkend leerbedrijf betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel