**1.** Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde voor de tarieven in de A-categorie en een puntwaarde voor de tarieven in de B- en C-categorie.
**2.** De arbeidskostencomponent orthodontische zorg bedraagt:
€ 220.439
Per fte praktijkhouder
(definitief niveau 2025)
**3.** De arbeidskosten praktijkhouder in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedragen
€ 132.350
Per 2.000.000 punten
(definitief niveau 2025)
Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt
€ 732.381
Per 2.000.000 punten
(definitief niveau 2025)
Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
– personeelskosten
€ 450.392
Per 2.000.000 punten
(definitief niveau 2025)
– overige kosten (materiële kosten)
€ 281.989
Per 2.000.000 punten
(definitief niveau 2025)
Vergoeding gederfd rendement eigen vermogen (vgrev)
€ 30.199
Per 2.000.000 punten
(definitief niveau 2025)
**4.** De bedragen in artikel 5.3 zijn niet per fte praktijkhouder weergegeven, maar per 2.000.000 punten zoals in het verantwoordingsdocument van het kostprijsonderzoek. 2.000.000 punten komt overeen met (afgerond) 0,672 fte praktijkhouder.
**5.** Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
**6.** De structurele puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt
€ 0,447465256
(definitief niveau 2025)
€ 0,463097372
(voorcalculatorisch niveau 2026)
De puntwaarde van de prestaties in de B- en C-categorie bedraagt:
Deze puntwaarde muteert jaarlijks met het hierna in artikel 6.2 genoemde mutatiepercentage.
€ 0,814405649
(voorcalculatorisch niveau 2026)
Artikel 5
Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw
Onderdeel van Beleidsregel orthodontische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026