Naar hoofdinhoud

§ 3 › § 3.4 › § 3.4.4

Artikel 61

Artikel 61

Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 18 juli 2025

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor: de verwarming van gebouwen in de gebouwde omgeving; of toepassing in stadsverwarming. 2. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5. 3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 1.400 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5, beschikt over een nieuwe seizoensopslag voor warmte en een nieuwe dag-nacht-opslag voor warmte uit de warmtepomp. 4. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 1,2 m2 per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp. 5. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 4.200 m2 en ten minste 3 m2 per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.

Rechtspraak bij dit artikel