Er gelden maximumtarieven voor de prestaties:
Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase;
Eerstelijnsverblijf aan patiënten met een (vermoeden van) Wernicke-Korsakov;
Eerstelijnsverblijf op een gesloten herstel- en screeningsafdeling.
Er gelden vrije tarieven voor de prestaties:
Coördineren van verblijf (regionale coördinatiefunctie);
Onderlinge dienstverlening.
De tarieven voor de prestaties:
Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase;
Eerstelijnsverblijf aan patiënten met een (vermoeden van) Wernicke-Korsakov;
Eerstelijnsverblijf op een gesloten herstel- en screeningsafdeling;
zijn gebaseerd op de volgende onderdelen:
Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
Een normatieve huisvestingscomponent (NHC), hierbij wordt aangesloten op de methodiek zoals beschreven in de Beleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg en langdurige zorg;
Een normatieve inventariscomponent (NIC), hierbij wordt aangesloten op de methodiek zoals beschreven in de Beleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg en langdurige zorg;
In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,31%;
Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
De onderbouwing van deze maximumtarieven staat in het ‘Verantwoordingsdocument tarieven elv en Wlz crisiszorg vv’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen. De berekening van de VGREV is opgenomen in het addendum verantwoording tarieven elv en Wlz crisiszorg vv;
De tarieven voor de prestaties:
Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase;
Eerstelijnsverblijf aan patiënten met een (vermoeden van) Wernicke-Korsakov;
Eerstelijnsverblijf op een gesloten herstel- en screeningsafdeling;
worden jaarlijks trendmatig aangepast.
De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
De toe te passen index op de loon- en materiële kostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices, waarbij wordt uitgegaan van verhoudingspercentages tussen loon- en materiële kosten per eerstelijnsverblijf prestatie. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 11 van het ‘Verantwoordingsdocument tarieven elv en Wlz crisiszorg vv’.
Voor de normatieve inventariscomponent geldt de index voor materiële kosten.
De normatieve huisvestingscomponent wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
De maximumtarieven, berekend op basis van artikel 5.2, kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt.
Dit zogenaamde max-maxtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot eerstelijnsverblijf is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5.2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
Artikel 5
Tarieven
Onderdeel van Beleidsregel eerstelijnsverblijf· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026