Kan een belastingplichtige de forfaitaire voordeelbepaling van de innovatiebox (artikel 12bd Wet Vpb) toepassen als hij in (fiscaal) boekjaar 1 of in één van de twee daaraan voorafgaande boekjaren een kwalificerend immaterieel activum heeft voortgebracht, in dat boekjaar 1 een positieve winst heeft behaald, maar er geen winst toerekenbaar is aan het immaterieel activum?
Ja, een belastingplichtige kan in dat geval kiezen de forfaitaire voordeelbepaling van de innovatiebox toe te passen. Dit is namelijk mogelijk als een belastingplichtige een kwalificerend immaterieel activum heeft voortgebracht en vóór toepassing van artikel 12b Wet Vpb sprake is van (positieve) winst. Hierbij wordt met het begrip winst bedoeld, winst in de zin van artikel 7, derde lid, Wet Vpb. Van belang hierbij is dat de voortbrengingskosten moeten worden bijgehouden en een beschikking ter zake van de voortbrengingskosten moet worden afgegeven (artikel 12bc, tweede lid, en artikel 12bg Wet Vpb).
Moet een belastingplichtige die eerst de forfaitaire voordeelbepaling van de innovatiebox toepast en direct daaropvolgend overstapt naar de reguliere innovatieboxmethode (artikel 12b Wet Vpb) eerst de drempel bedoeld in artikel 12bc Wet Vpb inlopen als hij deze drempel al zou hebben ingelopen als hij van het begin af aan de reguliere innovatiebox (en niet eerst de forfaitaire methode) had toegepast?
Nee, belastingplichtige hoeft niet eerst de drempel in te lopen voor zover hij aan de hand van een berekening heeft doen blijken dat hij deze al zou hebben ingelopen als hij niet eerst had gekozen voor de forfaitaire voordeelbepaling maar vanaf het begin de reguliere innovatiebox had toegepast.
Een grammaticale uitleg brengt mee dat de reguliere innovatiebox pas toepasbaar zou zijn als de voortbrengingskosten ter zake van het immaterieel activum zijn ingelopen. Bij het bepalen van de kwalificerende voordelen van een kwalificerend immaterieel activum wordt namelijk een drempel, zijnde de voortbrengingskosten, in mindering gebracht (artikel 12bc Wet Vpb). Als blijkt dat deze drempel in feite al is ingelopen in de periode van de forfaitaire regeling dan hoeven de voortbrengingskosten bij de start van de reguliere innovatiebox niet alsnog te worden ingelopen. Deze benadering past bij doel en strekking van de faciliteit.
Hetzelfde geldt voor de situatie waarin pas een aantal jaar na het gereedkomen van een kwalificerend immaterieel activum wordt gekozen voor de toepassing van de innovatiebox en in de tussenliggende jaren (na het gereedkomen van het immaterieel activum en voor de toepassing van de innovatiebox) niet is gekozen voor toepassing van de forfaitaire voordeelbepaling.
Artikel 6
Artikel 12bd Wet Vpb
Onderdeel van Innovatieboxbesluit 2025· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 25 juli 2025