**4.1.** De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage aan opleidende zorgaanbieders ter vergoeding van de kosten die de zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van (medische) vervolgopleidingen, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.
**4.2.** De NZa verstrekt uitsluitend beschikbaarheidbijdragen aan opleidende zorgaanbieders die door een registratiecommissie als genoemd in artikel 1.17, de opleidingsinstituten als genoemd in artikel 1.18 en 1.19 of het CZO als genoemd in artikel 1.26, erkend zijn om een (medische) vervolgopleiding te verzorgen.
**4.3.** Berekening aantal gerealiseerde fte
De berekening van de realisatie per (medisch) specialist in opleiding (in fte) vindt plaats volgens de volgende formule:
Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder' gedeeld door ‘uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling.
De collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling wordt gehanteerd van de opleidende zorgaanbieder waar de (medisch) specialist in opleiding zijn formeel dienstverband heeft. Het aantal uren dat voor één persoon wordt ingevoerd in de aanvraag mag nooit leiden tot een realisatie hoger dan 1 fte.
Boventallige (medisch) specialisten in opleiding, zoals beschreven in artikel 1.16, komen niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage en mogen niet in de berekening van de realisatie worden meegenomen.
In de toelichting van deze beleidsregel worden een aantal rekenvoorbeelden gegeven van hoe het aantal gerealiseerde fte moet worden berekend.
Maximum fte in opleiding voor ggz-opleidingen conform het opleidingsregister
Voor een aantal opleidingen in de ggz bestaat een maximum aantal uren dat een opleideling in opleiding mag zijn per week. Het aantal gerealiseerde fte per opleideling mag niet boven dit maximum uitkomen. Een opleideling mag voor meer uren dan het maximum in dienst zijn bij de opleidende zorgaanbieder, maar deze zorgaanbieder mag voor de uren boven het maximum geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
Voor de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog geldt een maximum van 36 opleidingsuren per week (1 fte).
Voor de opleiding tot klinisch psycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren per werkweek (0,75 fte).
Voor de opleiding tot klinisch neuropsycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren per werkweek (0,75 fte).
Voor de opleiding tot psychotherapeut geldt een maximum van 18 opleidingsuren per werkweek (0,50 fte).
Voor de opleiding tot verpleegkundig specialist in de ggz geldt een maximum van 36 opleidingsuren per werkweek (1 fte).
**4.4.** De NZa beoordeelt de ontvangen aanvragen aan de criteria gesteld in deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
**4.5.** In aanvulling op het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen:
De opleidende zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het juist en tijdig laten registreren van de opleidingsgegevens van de (medisch) specialist in opleiding bij desbetreffende registratiecommissie, zoals genoemd in artikel 1.17 of het CZO als genoemd in artikel 1.26.
Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder uiterlijk 31 december van het subsidiejaar (jaar t) een opleideling koppelt aan een toegekende instroomplaats in het opleidingsregister van de desbetreffende registratiecommissie. Als een opleideling uiterlijk 31 december van het subsidiejaar niet is gekoppeld aan een instroomplaats, dan ontvangt de zorgaanbieder voor dat subsidiejaar geen beschikbaarheidbijdrage voor deze instromer.
De zorgaanbieder kan voor deze opleideling wel een doorstroomsubsidie voor jaar t+1 aanvragen als de opleideling door de registratiecommissie in jaar t+1 als doorstromer wordt aangemerkt.
De situatie kan zich voordoen dat een zorgaanbieder een afwijzing ontvangt op zijn aanvraag tot verlening voor jaar t+1, omdat de zorgaanbieder alleen één doorstromer in opleiding heeft die niet tijdig als instromer is gekoppeld in jaar t. In afwijking van artikel 5.1.3 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ kan de NZa in deze situatie de beschikbaarheidbijdrage voor jaar t+1 vaststellen zonder dat er voorafgaand een verleningsbeschikking is afgegeven.
Voor de ziekenhuisopleidingen geldt het volgende:
Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder de opleideling registreert in het Opleidingsregister van het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar zowel beschikbaarheidbijdrage voor instromers als gediplomeerden kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing: De opleideling dient uiterlijk 31 december van het instroomjaar geregistreerd te staan bij het CZO. Als een opleideling niet op 31 december van het instroomjaar is geregistreerd bij het CZO, dan ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage voor deze instromer. De zorgaanbieder kan voor deze opleideling nog wel een beschikbaarheidbijdrage voor diplomering ontvangen als registratie in het Opleidingsregister alsnog plaatsvindt en de diplomering uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering is aangevraagd bij het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar alleen beschikbaarheidbijdrage per gediplomeerde kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing: de zorgaanbieder moet uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering het diploma hebben aangevraagd bij het CZO.
Substitutie van toegewezen fte’s tussen soorten opleidingen en substitutie van fte’s tussen de categorieën instroom en doorstroom is niet mogelijk.
Het is toegestaan dat opleidelingen met een vooropleiding tijdens de opleiding overstappen naar een ander specialisme met dezelfde vooropleiding, mits uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het opleidingsschema volledig is goedgekeurd door desbetreffende registratiecommissie en dit is opgenomen in het opleidingsregister van desbetreffende registratiecommissie.
Er wordt geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor (medisch) specialisten in opleiding die zijn ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Er wordt ook geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor deze (medisch) specialisten in opleiding in latere jaren. Uitzondering op dit laatste vormt de (medisch) specialist in opleiding die later instroomt op een instroomplaats die in het verdeelplan is toegewezen aan de opleidende zorgaanbieder.
De beschikbaarheidbijdrage wordt uitsluitend verstrekt indien voor diezelfde kosten niet reeds op grond van een andere subsidieregeling subsidie wordt aangevraagd en toegekend.
De beschikbaarheidbijdrage wordt, met inachtneming van het aantal subsidiabele opleidingsplaatsen per opleiding, alleen verstrekt aan de opleidende zorgaanbieder bij wie de (medisch) specialist in opleiding volgens de desbetreffende registratiecommissie geregistreerd staat.
Niet-gerealiseerde instroom, als vastgelegd in het verdeelplan, van beroepsbeoefenaren in opleiding kan niet worden doorgeschoven naar een volgend kalenderjaar.
Bij de bepaling van het gerealiseerde aantal opleidingsplaatsen dient rekening te worden gehouden met het startmoment en de einddatum van de opleiding en met deeltijdarbeid zoals vermeld in de (leer)-arbeidsovereenkomst.
De opleidende zorgaanbieder doet direct schriftelijk mededeling aan de NZa wanneer een opleidingserkenning wordt ingetrokken of van andere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor (een beslissing tot intrekking van) de beschikbaarheidbijdrage, zoals een fusie of een faillissement. Daarbij worden relevante stukken overlegd.
**4.6.** Faillissementen
Als de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder heeft uitgesproken en een curator heeft aangesteld, dient de curator de aanvraag tot vaststelling namens de failliete zorgaanbieder in. Dit doet de curator voor de subsidiejaren waarvoor de failliete zorgaanbieder nog geen vaststelling heeft ingediend, maar wel een verleningsbeschikking heeft ontvangen. De curator handelt daarbij volgens de voorschriften en voorwaarden uit deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
Als een failliete zorgaanbieder een aanvraag indient voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage, neemt de NZa deze aanvraag niet in behandeling. Als het faillissement vóór 1 januari van jaar t wordt uitgesproken en de verleningsbeschikking voor jaar t reeds door de NZa is afgegeven, kan de NZa de verleningsbeschikking intrekken en de uitgekeerde voorschotten terugvorderen. Er is dan immers vanwege het faillissement niet opgeleid in jaar t.
**4.7.** Fusie en overname
Als een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW tussen opleidende zorgaanbieders voor of op 1 januari van jaar t plaatsvindt, gaat de NZa in jaar t uit van de gefuseerde zorgaanbieder. De gefuseerde zorgaanbieder dient voor zowel de verlening als de vaststelling van jaar t één aanvraag in op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. De NZa geeft op basis van deze aanvraag voor zowel de verlening als de vaststelling één beschikking af op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.
Indien:
een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW tussen opleidende zorgaanbieders plaatsvindt na 1 januari van jaar t;
een overname van opleidende zorgaanbieders zonder dat sprake is van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW, plaatsvindt voor jaar t of in jaar t;
gaat de NZa voor de verlening en vaststelling van jaar t uit van de afzonderlijke zorgaanbieders. Beide zorgaanbieders dienen voor zowel de verlening als vaststelling van jaar t een aanvraag in op hun eigen NZa-nummer. De NZa geeft op basis van deze aanvragen voor zowel de verlening als de vaststelling een beschikking per zorgaanbieder af op hun eigen NZa-nummer. Voor opleidende zorgaanbieders betrokken bij een overname zonder dat sprake is van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW, geldt dit voor jaar t+1 en verder ook.
Als de juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW plaatsvindt in jaar t, gaat de NZa vanaf het jaar dat volgt op de juridische fusie, bij de verlening en de vaststelling uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Dit betekent dat de gefuseerde zorgaanbieder voor zowel de verlening als de vaststelling vanaf het jaar volgend op de fusie of overname één aanvraag moet indienen op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.
**4.8.** De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld in de aanwijzing of door de NZa, zijn gedurende de gehele opleiding gekoppeld aan het specialisme waar de betreffende (medisch) specialist is ingestroomd.
**4.9.** Een (medisch) specialist of medisch beroepsbeoefenaar in dienst van het Ministerie van Defensie kan niet instromen op een instroomplaats. (Medisch) specialisten of medisch beroepsbeoefenaren in dienst van het Ministerie van Defensie die hun opleiding zijn gestart vóór het jaar 2022 en waarvoor reeds een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, blijven in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage.
**4.10.** De vastgestelde beschikbaarheidbijdrage wordt verrekend met de bevoorschotting. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage hoger uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat het openstaande bedrag door Zorginstituut Nederland wordt voldaan aan de opleidende zorgaanbieder. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage lager uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat de opleidende zorgaanbieder het terug te betalen bedrag dient te voldoen aan Zorginstituut Nederland.
Artikel 4
Algemeen
Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 26 juli 2025