De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen wordt vastgesteld door het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen per ziekenhuisopleiding te vermenigvuldigen met het corresponderende vergoedingsbedrag. De vergoedingsbedragen voor ziekenhuisopleidingen zijn vastgesteld door de Minister en worden jaarlijks geïndexeerd door de NZa.
Voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen geldt het volgende:
Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, uitgedrukt in het aantal instromers en het aantal gediplomeerden, wordt vastgesteld op basis van de opleidingsopgave van het CZO over jaar t.
Voor alle ziekenhuisopleidingen ontvangt de opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage per gediplomeerde.
Voor de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service, radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch perfusionist ontvangt de opleidende zorgaanbieder ook een beschikbaarheidbijdrage per instromer.
Wanneer een opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage voor een opleidingsplaats ontvangt, dient een erkenning door het CZO voor deze opleiding aanwezig te zijn. Dit betekent voor de bekostiging van opleidingsplaatsen dat op het moment dat het diploma behaald wordt, een erkenning aanwezig is voor de desbetreffende opleiding.
Bij de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service, radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch perfusionist dient de erkenning (ook) aanwezig te zijn wanneer wordt gestart met de opleiding.
Een opleideling kan maar één keer instroomsubsidie ontvangen voor dezelfde ziekenhuisopleiding.
Artikel 11
Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – ziekenhuisopleidingen
Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023 met kenmerk BR/REG-23136c· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 26 juli 2025