De NZa stelt het tarief voor de overgangsprestatie 2026 in de tariefbeschikkingen vast op € 400.000.
Het tarief dat de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel is een maximumtarief. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een lager tarief afspreken.
In de beschikking wordt de volgende voorwaarde opgenomen: Het tarief van de overgangsprestatie tarieven 2026 dat daadwerkelijk in rekening wordt gebracht, moet voldoen aan de eisen van de Beleidsregel overgang tarieven langdurige zorg 2026, in het bijzonder de berekening in artikel 4 en de overeenkomst in artikel 5.
Deze voorwaarde houdt verband met het volgende.
De prestatie kan alleen worden gebruikt voor zover een zorgaanbieder in 2026 één of meer prestaties levert die in bijlage 1 worden genoemd en zij die prestatie(s) ook in 2025 heeft geleverd.
Binnen het maximumbedrag als genoemd in artikel 4, eerste lid geldt nog een ander maximum. Dat wordt berekend met het format dat de NZa ter beschikking stelt. Dit betekent dat het werkelijk tussen partijen af te spreken tarief niet hoger bepaald kan worden dan de uitkomst van de berekening in het format.
De NZa neemt in de tariefbeschikking een daarop gerichte voorwaarde op. Dit leidt er toe dat partijen maximaal de uitkomst van de berekening in het format kunnen verdisconteren in de productieafspraak of totaal financieel gerealiseerde productie. Als partijen dat hebben gedaan, zal de NZa maximaal de uitkomst van de berekening in het format in de aanvaardbare kosten verdisconteren als een lumpsum.
Het maximum is het deel van de uitkomst van het oude rekenbudget minus het nieuwe rekenbudget dat hoger uitvalt dan 3,75% van het oude rekenbudget.
Een en ander wordt in de volgende artikelen verder uitgewerkt.
Het financiële totaal van: de beleidsregelwaarden 2026 die de NZa heeft herijkt, vermenigvuldigd met de bij die beleidsregelwaarden behorende hoeveelheid in 2026 afgesproken (budgetronde, herschikkingsronde) of gerealiseerde (nacalculatieronde) prestaties.
Bij die beleidsregelwaarden gaat het om alle herijkte beleidsregelwaarden (dus ook beleidsregelwaarden die niet in bijlage 1 zijn genoemd). Dat zijn dus de beleidsregelwaarden voor de langdurige zorg die herijkt zijn op basis van het kostenonderzoek langdurige zorg (ghz en ggz exclusief behandeling) en het kostenonderzoek ggz Zvw/Fz/Wlz. Het betreft hier ook beleidsregelwaarden van de prestaties COT02 en COT06, die afgeleid worden van een herijkte beleidsregelwaarde. Voor de prestatie Z475 wordt de beleidsregelwaarde van de prestatie Z473 gebruikt. Alle voor de overgangsregeling relevante prestaties zijn opgenomen in de rekentool.
Bij de beleidsregelwaarden gaat het uitsluitend om de personele en materiële component van de kostprijzen op basis van voornoemde kostenonderzoeken, op prijspeil 2026.
Uit het voorgaande volgt dat buiten de berekening blijven de prestaties/beleidsregelwaarden die buiten de contracteerruimte worden vergoed. Ook blijven prestaties die wel vergoed worden binnen de contracteerruimte, maar niet zijn betrokken bij één van de twee eerder genoemde kostenonderzoeken, buiten de berekening. De beleidsregelwaarden die de NZa uiteindelijk niet heeft herijkt, bijvoorbeeld omdat onvoldoende gegevens voor herijking beschikbaar waren, blijven ook buiten de berekening.
Het financiële totaal van: de beleidsregelwaarden 2025 (naar prijspeil 2026) die de NZa heeft herijkt, vermenigvuldigd met de bij die beleidsregelwaarden behorende hoeveelheid in 2026 afgesproken (budgetronde, herschikkingsronde) of gerealiseerde (nacalculatieronde) prestaties. Het betreft hier ook beleidsregelwaarden die afgeleid worden van een herijkte beleidsregelwaarde.
Bij die beleidsregelwaarden gaat het om alle herijkte beleidsregelwaarden (dus ook beleidsregelwaarden die niet in bijlage 1 zijn genoemd). Dat zijn dus de beleidsregelwaarden voor de langdurige zorg die herijkt zijn in het kostenonderzoek langdurige zorg (ghz en ggz exclusief behandeling) en het kostenonderzoek ggz Zvw/Fz/Wlz. Het betreft hier ook beleidsregelwaarden van de prestaties COT02 en COT06, die afgeleid worden van een herijkte beleidsregelwaarde. Voor de prestatie Z475 wordt de beleidsregelwaarde van de prestatie Z473 gebruikt. Alle voor de overgangsregeling relevante prestaties zijn opgenomen in de rekentool.
Bij de beleidsregelwaarden gaat het uitsluitend om de personele en materiële component van de beleidsregelwaarden 2025 op prijspeil 2026.
Uit het voorgaande volgt dus dat buiten de berekening blijven de prestaties/beleidsregelwaarden die buiten de contracteerruimte worden vergoed. Ook blijven prestaties die wel vergoed worden binnen de contracteerruimte, maar niet zijn betrokken bij een van de twee eerder genoemde kostenonderzoeken, buiten de berekening. De beleidsregelwaarden die de NZa uiteindelijk niet heeft herijkt, bijvoorbeeld omdat onvoldoende gegevens voor herijking beschikbaar waren, blijven ook buiten de berekening.
3,75% van het oude rekenbudget blijft voor eigen rekening van de zorgaanbieder. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het verschil tussen het nieuwe rekenbudget en het oude rekenbudget. De einduitkomst is het bedrag dat een zorgaanbieder en zorgkantoor maximaal als tarief mogen afspreken.
Artikel 4
Maximumtarief
Onderdeel van Beleidsregel overgang tarieven langdurige zorg 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026