Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 3 van het Besluit genoemde vorm van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de BBAZ aan zorgaanbieders vastgesteld.
Het Uniform kader BR/REG-26136 omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa.
In artikel 9 van het Uniform Kader wordt een afbouwperiode beschreven in geval van beëindiging van een beschikbaarheidbijdrage. In het geval dat tot een dergelijke afbouwperiode wordt overgegaan zal dit bekostigd worden uit het financiële kader van de beschikbaarheidbijdrage zoals beschreven is in artikel 5 lid 3 sub b.
In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in deze beleidsregel.
Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 5 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.
De bedragen die worden verleend en vastgesteld op basis van deze beleidsregel zijn op het voorlopige prijspeil 2026. Dat houdt in dat bij de verlening van de beschikbaarheidbijdrage rekening wordt gehouden met de voorlopige indexen 2026. Bij de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de definitieve indexen 2026.
Voor de indexering wordt de verhouding personeel/materieel aangehouden op dezelfde voet als de periode tot 2020. Naast een index voor personeel en materieel wordt ook geïndexeerd voor de demografische groei. De index voor demografische groei wordt berekend over het totale bedrag van de subsidie.
Artikel 4
Algemeen
Onderdeel van Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026