Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder: Zorgaanbieder: Natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent, als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg. Beschikbaarheidbijdrage: Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg. Procuratiehouder: Natuurlijke persoon die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten uit naam van de betreffende rechtspersoon. De bevoegdheid is vastgelegd bij de Kamer van Koophandel. Zorginstituut: Het Zorginstituut Nederland. Activiteitenplan: Overzicht van de activiteiten die zullen worden gefinancierd door middel van de gevraagde beschikbaarheidbijdrage. Na afloop van de subsidieperiode kan aan de hand van het activiteitenplan worden beoordeeld of de activiteiten zijn verricht en de gewenste effecten zijn bereikt. In het activiteitenplan moeten in ieder geval de volgende punten staan: informatie over de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; de omvang en duur van de activiteit. Bestuursverklaring: Verantwoording van de bestuurders over de gemaakte kosten inclusief een opgave van de gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten. Daarnaast bevat de bestuursverklaring ook een verklaring van de bestuurders dat de kosten gemaakt zijn voor het doel waarvoor de bijdrage is verstrekt. Begroting: Opgave van te verwachten opbrengsten en kosten ten behoeve van het doel waarvoor de beschikbaarheidbijdrage voor dat jaar wordt verstrekt. Accountantsproduct: Verzamelnaam voor de verklaringen of rapporten die een accountant kan afgeven. Voor de beschikbaarheidbijdragen kan dit een controleverklaring, een rapport van feitelijke bevindingen of een assurance-rapport zijn.

Rechtspraak bij dit artikel