**1.** Voor het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a of b, legt Onze Minister die het aangaat uitgewerkte concepten van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting, van de ontwerp algemene maatregel van bestuur en de nota van toelichting of van de ontwerp ministeriële regeling en de toelichting voor aan het adviescollege.
**2.** Een uitgewerkt concept bevat of gaat vergezeld van een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de ingeschatte regeldrukeffecten van de voorgenomen regelgeving.
**3.** Indien na het uitbrengen van het advies maar voor de besluitvorming in de ministerraad de voorgenomen regelgeving wordt gewijzigd in die zin dat er regeldrukeffecten zijn, stelt Onze Minister die het aangaat het adviescollege in staat een aanvullende zienswijze over de gewijzigde stukken te geven. Het adviescollege geeft de aanvullende zienswijze indien de wijziging naar zijn oordeel substantiële regeldrukeffecten heeft.
**4.** Voor het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, legt Onze Minister die het aangaat het daar bedoelde ontwerp en de beoordeling daarvan voor aan het adviescollege.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Voorleggen stukken
Onderdeel van Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026