Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in het buitenland:
het registreren en verwerken van kandidaat-, referent-, aanmeld-, betaal- en examengegevens, nodig voor het afnemen van het in artikel 3.98a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bedoelde Basisexamen inburgering;
het beheren van het examenafnamesysteem, als bedoeld in artikel 3.98c, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
het (her)beoordelen van de examenresultaten, als bedoeld in artikel 3.98c, derde lid, en artikel 3.98d, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
het aanwijzen van de in artikel 3.98c, derde lid en vierde lid, en artikel 3.98d, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bedoelde beoordelaars en examinatoren;
het ongeldig verklaren van de uitslag van het Basisexamen inburgering, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Examenreglement basisexamen inburgering;
het innen en zo nodig restitueren van het examengeld, als bedoeld in artikel 3.12 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.