Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bestuur: taak en bevoegdheden.

Onderdeel van Statuten Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2025· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 2 september 2025

Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Tot zijn taken behoort onder meer het vaststellen van een actueel beleidsplan, dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. Het bestuur zorgt er voor dat de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van haar doelstelling. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 10. Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgave van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarbij de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken. Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zonodig: een jaarlijkse begroting met toelichting; een voortschrijdend meerjaren beleidsplan; een adequaat planning- en controlesysteem; eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen. In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of de enig bestuurder, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door de raad van toezicht – al dan niet uit zijn midden – aan te wijzen personen. Bestuurders kunnen niet over het vermogen van de stichting beschikken als ware het hun eigen vermogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel