Bij de weging zoals bedoeld in artikel 20.2, tweede lid, waaronder wordt begrepen de weging van een sanctie of maatregel als bedoeld in artikel 20.3 of 20.4, betrekt de raad van bestuur in ieder geval:
de ernst van de aan de sanctie of maatregel ten grondslag liggende gedraging of gedragingen;
de verwijtbaarheid van de vergunninghouder bij de aan de sanctie of maatregel ten grondslag liggende gedraging of gedragingen;
de opstelling van de vergunninghouder ten aanzien van de sanctie of maatregel;
eerdere sancties of maatregelen die zijn opgelegd aan de vergunninghouder voor eenzelfde of een vergelijkbare gedraging;
het tijdsverloop sinds de aan de sanctie of maatregel ten grondslag liggende gedraging of gedragingen; en
het tijdsverloop sinds het opleggen van de sanctie of maatregel.
Paragraaf 20
Artikel 20.5
Weging context sancties en maatregelen
Onderdeel van Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand 2026· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026