Bij de beoordeling van het in artikel 4.1, eerste lid, genoemde integriteitsbeleid betrekt de raad van bestuur in ieder geval de volgende aspecten:
de functies die de aanvrager heeft aangemerkt als integriteitsgevoelig;
de door de aanvrager gehanteerde procedures bij de beoordeling van de functies die hij heeft aangemerkt als integriteitsgevoelig;
de wijze waarop de aanvrager de betrouwbaarheid beoordeelt van de personen die de functies vervullen die de aanvrager heeft aangemerkt als integriteitsgevoelig; en
de maatregelen die de aanvrager treft met het oog op een integere bedrijfsvoering.
Paragraaf 4
Artikel 4.2
Beoordeling integriteitsbeleid
Onderdeel van Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand 2026· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026