**1.** De aanvrager stelt financiële zekerheid voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen, als bedoeld in artikel 5.4 van het Besluit kansspelen op afstand. De hoogte van de financiële zekerheidstelling ten tijde van de vergunningverlening bedraagt € 50.000.
**2.** De aanvrager stelt de financiële zekerheid ter hoogte van het in het vorige lid genoemde bedrag in de vorm van:
een bankgarantie;
een waarborgsom;
een borgtocht; of
een andere vorm die gelijkwaardig is aan de in onderdeel a, b of c genoemde vormen.
**3.** Ten behoeve van de beoordeling of de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie voldoende zekerheid biedt voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen, verstrekt de aanvrager bij zijn aanvraag in ieder geval:
een digitaal en fysiek exemplaar van de volledige en ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de bank die de bankgarantie afgeeft, waaruit in ieder geval blijkt:
voor welk doel de bankgarantie is verleend;
wie de begunstigde is van de bankgarantie;
welke partijen betrokken zijn bij de bankgarantie;
welke partijen zekerheden verlenen;
onder welke voorwaarden de bankgarantie is verleend;
welke looptijd de bankgarantie heeft; en
voor welk bedrag, uitgedrukt in euro’s, de bankgarantie is afgesloten.
een document waaruit blijkt dat de bankgarantie is afgegeven door een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen en die in ieder geval is geverifieerd aan de hand van gegevens uit de openbare registers van De Nederlandsche Bank.
**4.** Indien de aanvrager financiële zekerheid stelt in een van de in het eerste lid, onderdeel c of d, genoemde vormen, dient hij aannemelijk te maken dat de door hem gekozen vorm minimaal gelijkwaardig is aan de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie.
Paragraaf 8
Artikel 8.1
Financiële zekerheid
Onderdeel van Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand 2026· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026