**1.** Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal is niet van toepassing op:
het nader vaststellen van de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op basis van het Organisatiebesluit BZK 2025;
aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in de CAO Rijk 2024–2025;
personele beheersbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;
het optreden als werkgever als bedoeld in hoofdstuk 13 en bijlage 13 van de CAO Rijk 2024–2025;
het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een ambtenaar op grond van artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet 2017;
het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;
het toekennen van vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2024–2025.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien er sprake is van een situatie bedoeld in artikel 4.2, onder a.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 4.3
Artikel 4.3
Onderdeel van Mandaatbesluit BZK 2025· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 3 september 2025