Het mandaat van de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie omvat tevens:
de leiding van het overleg in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid tussen de werkgevers of verenigingen van werkgevers van de overheidssectoren en de aangesloten centrales van overheidspersoneel;
de leiding van het Sectoroverleg Rijk, zoals genoemd in paragraaf 27.1 van de CAO Rijk 2024–2025;
het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het terrein van de directeur RvIG en/of Logius betreft.
Door Stcrt. 2026/24207 vernummerd tot art. 5.5.
Voorheen art. 5.4.
Het mandaat van de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie omvat tevens:
de leiding van het overleg in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid tussen de werkgevers of verenigingen van werkgevers van de overheidssectoren en de aangesloten centrales van overheidspersoneel;
de leiding van het Sectoroverleg Rijk, zoals genoemd in paragraaf 27.1 van de CAO Rijk 2024–2025.
Hoofdstuk 5 › § 2
Artikel 5.4
Artikel 5.4
Onderdeel van Mandaatbesluit BZK 2025· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 3 september 2025