Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Indexering

Onderdeel van Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Kosten en tarieven worden geïndexeerd naar het prijspeil van het jaar waarin de tarieven zullen gelden. Dit vindt plaats op basis van prijsindexcijfers zoals die door VWS met behulp van een aanwijzing worden opgelegd. Het kostprijsonderzoek levert kostprijzen van 2023 op, die vervolgens worden geïndexeerd tot het prijsniveau 2026. Omdat de definitieve prijsindexcijfers niet vóór het vaststellen van tarieven bekend zijn, worden voorlopige prijsindexcijfers gehanteerd. De definitieve prijsindexcijfers landen in de indexatie van tarieven voor het opvolgende jaar. Tarief jaar t = Tarief jaar t-1 / (1+voorlopige index t-1) * (1+definitieve index t-1) * (1+voorlopige index jaar t) Voor de verschillende prestaties wordt dit als volgt uitgewerkt: ZPM-prestaties Voor de ZPM-prestaties geldt vervolgens dat indexering plaatsvindt op basis van een verhouding tussen het prijsindexcijfer personele kosten en het prijsindexcijfer materiële kosten. De volgende verhouding wordt toepast: 90% index personele kosten en 10% materiele kosten voor Niet-basispakketzorg consult, 67% index personele kosten en 33% materiele kosten voor Schriftelijke informatieverstrekking (met toestemming patiënt) aan derden, 85% index personele kosten en 15% materiële kosten voor de tarieven van consulten, verblijfsdagen, overige prestaties en toeslagen op consulten en verblijfsdagen. 75% index personele kosten en 25% materiële kosten voor tarieven van zzp-c prestaties. Als prestaties, of onderdelen van prestaties, zijn afgeleid van andere prestaties of andere sectoren, dan volgt de NZa in beginsel de indexatie van die sector. Spravato: hier nemen we jaarlijks de meest recente apotheekinkoopprijs op.

Rechtspraak bij dit artikel