Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Kostprijsberekening Setting 1

Onderdeel van Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

6.1. In de berekening en toetsing van kostprijzen 2023 onderscheidt de NZa onderstaande groepen prestaties: Prestaties zoals opgenomen in de Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz met kenmerk BR/REG-26134a en opvolgers: consulten toeslagen op de consulten overige prestaties. Tenzij anders vermeld baseren we kostprijzen 2023 op de gegevens die blijken uit de uitvraag over het jaar 2023. Voor de prestaties Intercollegiaal overleg, kort (OV0007), Intercollegiaal overleg, lang (OV0008) en Niet basispakketzorg consult (OV0012) indexeren we de bestaande tarieven. 6.2. Door de uitvraag als bedoeld in artikel 5.1 van deze beleidsregel zijn de gerealiseerde kosten en de geleverde productie 2023 in beeld. De kostprijs 2023 per prestatie wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal kosten 2023 voor een bepaalde prestatie te delen door de productie van die prestatie in 2023. In het zorgprestatiemodel zijn er voor de vrijgevestigden tarieven die verschillen tussen de acht beroepscategorieën. In het proces naar die tarieven wordt daarom onderscheid gemaakt tussen die beroepen. Dat geldt ook voor alle tussenstappen genoemd in dit artikel. Bij de vrijgevestigden bepaalt de NZa de praktijkkosten, waaronder de huisvestingskosten, op basis van de uitvraag. De praktijkkosten worden naar rato van het aandeel van de FZ en Zvw-opbrengsten in het kader van het zorgprestatiemodel ten opzichte van de totale zorgopbrengsten meegenomen in de kosten. Bepaalde praktijkkosten worden uitgesloten, zie lid c. De basis voor de beloning voor de ingezette arbeid voor vrijgevestigde praktijkhouders leidt de NZa af uit een afzonderlijk functiewaarderingsonderzoek uitgevoerd door Berenschot. In de arbeidskosten worden ook de kosten van een pensioenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening en vergoeding voor kortdurende ziekten meegenomen. Wanneer er binnen de beroepsgroep een verplichting is voor één of meer van deze verzekeringen, dan neemt de NZa de werkelijke uitgaven als kosten 2023. Daar waar er geen verplichte verzekering geldt, wordt een normatieve vergoeding toegevoegd aan de arbeidskosten. De in de uitvraag 2023 aangeleverde praktijkkosten voor niet-verplichte verzekeringen (voor pensioen, arbeidsongeschiktheid en kortdurende ziekte) worden dan uitgesloten. De wijze waarop deze normatieve vergoeding berekend wordt is beschreven in het Verantwoordingsdocument behorende bij het kostprijsonderzoek over 2023. De door Berenschot bepaalde nac is de vergoeding voor een fulltime werkende praktijkhouder. Uitgangspunt is dat een praktijkhouder maximaal één fte werkzaam is. Vervolgens wordt bepaald in welke mate iemand fulltime werkt. Voor een praktijkhouder die minder dan fulltime werkt, wordt een evenredig lagere nac gerekend in de kostprijsberekening. Een praktijkhouder wordt als fulltime werkend meegenomen als hij/zij gemiddeld minimaal 36 uur per week werkt en meer dan 46 weken per jaar werkt. Wanneer een praktijkhouder ook andere zorg levert, dan wordt het toegekende nac-bedrag daar ook voor gecorrigeerd. De kosten zoals bepaald onder b, c en d vormen de totale kosten 2023 voor de betreffende zorgaanbieder en worden door de NZa vergeleken met de opgegeven productie 2023 om tot kostprijzen 2023 te komen. De samenhang tussen gewerkte uren en normatieve arbeidskosten en andere kosten is zo veel mogelijk in lijn met de methodiek die de NZa gebruikt voor de andere genoemde beroepsbeoefenaren met een eigen praktijk. Bij de toerekening van de kosten 2023 naar prestaties 2023 zijn door de NZa in principe de tariefverhoudingen van de herziene tarieven 2023 gebruikt. Het stond de vrijgevestigde vrij om deze verhoudingen in het uitvraagformulier voor dit kostprijsonderzoek te wijzigen. Een vrijgevestigde kon hierbij enkel de verhoudingen aanpassen van de type prestaties die hij/zij daadwerkelijk geleverd heeft in 2023. De NZa heeft hierbij controles ingebouwd en heeft, conform toetsingskader in artikel 8, analyses uitgevoerd op de individuele kostprijzen en uitbijters.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel