**9.1.** Dit artikel beschrijft het beleid dat de NZa hanteert om na toepassing van het toetsingskader van kostprijzen tot tarieven te komen. Ook wordt beschreven hoe tarieven worden vastgesteld voor prestaties waarbij er een andere basis is dan de kosten uitvraag.
**9.2.** De NZa heeft in de ‘Beleidsregel Algemeen kader tariefprincipes’ (BR/REG-21152) en Afronding tarieven- AL/BR-0031, waarin opgenomen welke uitgangspunten de NZa hanteert bij het vaststellen van tarieven. Het beleid voor de tarieven in de Zvw, Wlz en de fz sluit hierop aan.
**9.3.** In de tarieven voor vrijgevestigden wordt een vergoeding opgenomen voor de financiering van materiele vaste activa en werkkapitaal. Deze posten samen worden geacht deels gefinancierd te zijn via eigen vermogen en deels met rentedragende financiering (vreemd vermogen).
Om rentedragende financiering te kunnen bekostigen worden de werkelijk betaalde rentekosten 2023 als opgehaald uit het onderzoek meegenomen in de kostprijzen 2023.
Op basis van de uitvraag is bepaald wat de werkelijke omvang is van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. De verhouding eigen en vreemd vermogen is gemaximeerd op 30%. Voor het aanhouden van eigen vermogen, waarmee bovenstaande posten deels gefinancierd worden, berekenen we een vergoeding tegen een rentepercentage opgebouwd uit de risicovrije premie, de marktrisicopremie en het specifieke risico van de zorgmarkt. Dit onderdeel noemen we ook wel de VGREV, vergoeding gederfd rendement eigen vermogen, en voegen we toe aan de berekende landelijke kostprijzen 2023.
Als het gaat om huisvestings- en inventariskosten zijn de over 2023 uitgevraagde werkelijke kosten verwerkt in de kostprijzen en dus in de tarieven.
**9.4.** In de tarieven van de instellingen is een normatieve vergoeding opgenomen voor de huisvestingskosten. De wijze waarop deze vergoeding is berekend, voor zover het gaat om verblijfsdagen, is opgenomen in de vigerende ‘Beleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorg’.
De kosten van de kapitaallasten bij verblijfsdagen maken integraal onderdeel uit van de verblijfsprestatie. De wijze waarop deze kosten worden bepaald, staat beschreven in de ‘Beleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorg’ met kenmerk BR/REG-26.126
Voor verblijfsprestaties met beveiligingsniveau 2, 3 en 4 in de geneeskundige ggz wordt de nhc-component van de forensische zorg overgenomen.
De kosten van kapitaallasten bij consulten, overige prestaties en toeslagen maken integraal onderdeel uit van deze prestaties. De wijze waarop deze kosten zijn opgebouwd, staat beschreven in de ‘Eindrapportage Kapitaallasten bij behandeling’ van juli 2019. In deze rapportage staat beschreven hoe de huisvestingskosten per activiteit geïndexeerd worden.
De kosten voor investeringen in de inventaris zijn voor alle prestaties onderdeel van de reguliere kostprijzen.
**9.5.** De kosten voor het financieren van de instelling maken onderdeel uit van de tarieven in de ggz en fz: financiering van huisvesting, werkkapitaal, rente inventaris én, en een vergoeding voor de inzet van eigen vermogen dat wordt aangehouden als buffer om calamiteiten op te vangen.
In de tarieven voor het zorgprestatiemodel wordt een vergoeding berekend voor het gederfd rendement op het eigen vermogen dat wordt aangehouden. Dit is gebaseerd op de werkelijke verhoudingen in de balansen van de in het onderzoek betrokken instellingen en gemaximeerd rekening houdend met weerstandsvermogen, liquide middelen en quick ratio, een en ander zoals beschreven in de Verantwoording tariefopbouw 2026. Het rentepercentage is opgebouwd uit de risicovrije premie, de marktrisicopremie en het specifieke risico van de zorgmarkt.
De NZa past voor de kosten van het financieren van werkkapitaal een opslag toe op de kostprijzen. Deze opslag is gebaseerd op de euriborrente plus 2%. Voor rente op inventaris wordt volgens bestendig beleid een vaste toeslag gehanteerd van 0,41%.
Artikel 9
Tariefopbouw
Onderdeel van Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026