Als de afsplitsende rechtspersoon zijn gehele onderneming afsplitst in het kader van een afsplitsing in de zin van artikel 14a Wet Vpb 1969, is het mogelijk dat hij niet meer belastingplichtig is voor de heffing van de vennootschapsbelasting. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in de volgende situaties.
Een stichting of een vereniging, niet zijnde een vereniging op coöperatieve grondslag, splitst haar gehele onderneming af naar de verkrijgende rechtspersoon.
Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vaste inrichting in Nederland gedreven onderneming af naar een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vaste inrichting in Nederland gedreven onderneming af naar een ander buitenlands lichaam dat daardoor hier te lande een binnenlandse onderneming gaat drijven en buitenlands belastingplichtig wordt.
Beschikt de afsplitsende rechtspersoon in een van deze situaties nog over te verrekenen verliezen dan blijft de aanspraak op verrekening daarvan bij de afsplitsende rechtspersoon achter. De afsplitsende rechtspersoon kan deze verliezen echter niet meer verrekenen nu hij door de afsplitsing niet meer belastingplichtig is voor de heffing van de vennootschapsbelasting. Een verwante situatie doet zich voor als de verkrijgende rechtspersoon na de afsplitsing verlies lijdt, dit verlies toerekenbaar is aan de overgedragen onderneming en dit verlies bij de (niet meer belastingplichtige) afsplitsende rechtspersoon achterwaarts had kunnen worden verrekend als de afsplitsing niet had plaatsgevonden.
In de hiervoor onder a, b en c beschreven situaties acht ik het verloren gaan van de mogelijkheid tot verliesverrekening zodanig onbedoeld en ongewenst dat ik voor deze situaties de in paragraaf 8.2. en 8.3 beschreven goedkeurende regelingen heb getroffen.
Deze goedkeurende regelingen gelden alleen als aan de volgende vereisten wordt voldaan:
De hiervoor onder a, b en c bedoelde afsplitsing vindt plaats met toepassing van artikel 14a, tweede of derde lid, Wet Vpb 1969, of met toepassing van de goedkeuring van paragraaf 9 voor te laat ingediende verzoeken.
De afsplitsende rechtspersoon verkrijgt de bij de afsplitsing uitgereikte aandelen in de verkrijgende rechtspersoon.
Door afsplitsing eindigt de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon.
Deze goedkeurende regeling geldt verder niet als de inspecteur van mening is dat de goedkeuring leidt tot effecten vergelijkbaar met de handel in verliezen. In dat geval zendt de inspecteur het verzoek om toepassing van de goedkeuring door naar de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag, voorzien van zijn ambtsbericht.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de verkrijgende rechtspersoon in de plaats treedt van de afsplitsende rechtspersoon met betrekking tot de aanspraak op voorwaartse verliesverrekening geldend op grond van artikel 20 Wet Vpb 1969.
Na de overdracht kunnen de verliezen die bij de afsplitsende rechtspersoon onverrekend zijn gebleven uitsluitend worden verrekend met winsten van de verkrijgende rechtspersoon.
De verrekening van een verlies van de afsplitsende rechtspersoon met winsten van de verkrijgende rechtspersoon vindt plaats met inachtneming van de volgende leden.
De winst van de verkrijgende rechtspersoon wordt elk jaar gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming en een deel dat betrekking heeft op de door de afsplitsende rechtspersoon overgedragen onderneming (hierna: winstsplitsing). Deze winstsplitsing vindt plaats alsof de juridische afsplitsing niet heeft plaatsgevonden, waarbij slechts winst aan de onderneming van de afsplitsende rechtspersoon of de verkrijgende rechtspersoon kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.
Als de winst van de verkrijgende rechtspersoon positief is, wordt het aldus uit bovenstaande winstsplitsing eventueel voortvloeiende negatieve deel, voor zover mogelijk, in mindering gebracht op het positieve deel.
De voor het afsplitsingstijdstip behaalde verliezen van de afsplitsende rechtspersoon worden slechts verrekend met het overeenkomstig het tweede en het derde lid bepaalde deel van de winst van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de afsplitsende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt.
De afsplitsende en de verkrijgende rechtspersoon hebben hun keuze voor toepassing van de goedkeuring, onder uitdrukkelijke aanvaarding van de aan de goedkeuring verbonden voorwaarden, gezamenlijk schriftelijk kenbaar gemaakt aan de inspecteur belast met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat na de afsplitsing in de zin van artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 verliezen van de verkrijgende rechtspersoon als bedoeld in artikel 20 Wet Vpb 1969 kunnen worden verrekend met de belastbare winsten (dan wel het binnenlandse inkomen) van de afsplitsende rechtspersoon met overeenkomstige toepassing van artikel 20 Wet Vpb 1969.
Na de overdracht vindt verrekening van de winsten van de afsplitsende rechtspersoon alleen plaats met door de verkrijgende rechtspersoon geleden verliezen.
De toepassing van artikel 20 Wet Vpb 1969 op een terug te wentelen verlies van de verkrijgende rechtspersoon van één van de jaren na het afsplitsingstijdstip naar winsten van de afsplitsende rechtspersoon vindt plaats met inachtneming van het volgende:
De winst van de verkrijgende rechtspersoon wordt elk jaar gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming en een deel dat betrekking heeft op de door de afsplitsende rechtspersoon overgedragen onderneming (hierna: winstsplitsing). Deze winstsplitsing vindt plaats alsof de juridische afsplitsing niet heeft plaatsgevonden, waarbij slechts winst aan de onderneming van de afsplitsende rechtspersoon of de verkrijgende rechtspersoon kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.
Als de winst van de verkrijgende rechtspersoon negatief is, wordt het aldus uit bovenstaande winstsplitsing eventueel voortvloeiende positieve deel, voor zover mogelijk, in mindering gebracht op het negatieve deel.
De voor het afsplitsingstijdstip behaalde winsten van de afsplitsende rechtspersoon worden slechts verrekend met het overeenkomstig het hiervoor onder onderdeel a en onderdeel b bepaalde deel van het verlies van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de afsplitsende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt. Deze verrekening is echter uitgesloten als dat verlies al is verrekend met winsten van de verkrijgende rechtspersoon.
Als verrekening van verlies heeft plaatsgevonden met toepassing van deze goedkeuring vervalt de mogelijkheid dat verlies te verrekenen met winsten van de verkrijgende rechtspersoon.
De afsplitsende en de verkrijgende rechtspersoon hebben hun keuze voor toepassing van de goedkeuring, onder uitdrukkelijke aanvaarding van de aan de goedkeuring verbonden voorwaarden, gezamenlijk schriftelijk kenbaar gemaakt aan de inspecteur belast met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon.
Heeft het verzoek betrekking op een situatie die niet wordt genoemd in paragraaf 8.1., onderdelen a, b of c, maar waarbij wel sprake is van een fiscaal begeleide overdracht waardoor de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon eindigt, dan zendt de inspecteur het verzoek – voorzien van zijn ambtsbericht – ter behandeling door naar de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
Het goedkeurend beleid vermeld in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf betreft het meegeven van verliezen in de situatie waarin de belastingplicht van de afsplitsende rechtspersoon eindigt. Deze onderdelen gaan niet in op de situatie dat bij de afsplitsende rechtspersoon (ook) andere subjectgebonden aanspraken bestaan, zoals:
De aanspraak op voortwenteling van een saldo aan rente op de voet van artikel 15b Wet Vpb 1969.
Het saldo, bedoeld in artikel 23c, zevende lid, Wet Vpb 1969 (deelnemingsverrekening).
Het saldo, bedoeld in artikel 23d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 (verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten);
De aanspraak op voortwenteling van voorheffingen op de voet van artikel 25a, vierde lid, Wet Vpb 1969.
De aanspraak op voorwaartse toerekening van een negatief bedrag aan winst op de voet van artikel 20a, eerste lid, Wet Vpb 1969.4Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:011:2025:5, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.
Die situatie kan zich mogelijk wel voordoen. In dat geval kunnen de afsplitsende en de verkrijgende rechtspersoon gezamenlijk een schriftelijk verzoek indienen voor het meegeven van deze aanspraken. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van de voorgelegde situatie zal dan worden beoordeeld of en onder welke voorwaarden het verzochte meegeven van de aanspraak gerechtvaardigd is. Het verzoek kan worden gericht aan de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag en zal daar in behandeling zal worden genomen
Artikel 8
Meegeven van verliezen bij einde belastingplicht afsplitsende rechtspersoon
Onderdeel van Besluit juridische afsplitsing 2025· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 25 september 2025