Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.3

Vaststelling, wijziging en intrekking

Onderdeel van Deelregeling Programma- en Presentatiebijdrage Fonds Podiumkunsten· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2025

1. Het bestuur kan na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen datum waarop de activiteiten uiterlijk verricht moeten zijn de ontvanger van de subsidie verzoeken bewijsstukken te overleggen waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden. 2. Als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn gerealiseerd en geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, stelt het bestuur de subsidie overeenkomstig de verlening vast. 3. Als de ontvanger van de subsidie niet kan aantonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend volgens plan hebben plaatsgevonden, of wanneer niet of niet geheel aan een of meer aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, kan het bestuur de subsidie lager vaststellen of intrekken. 4. Als tussentijds, op enig moment, blijkt dat niet of niet geheel is of zal worden voldaan aan een of meer aan de subsidie verbonden verplichtingen, kan het bestuur de subsidieverlening wijzigen of intrekken. 5. Binnen 22 weken na het verstrijken van de in de aanvraag opgenomen afrondingsdatum stelt het bestuur de subsidie ambtshalve vast, tenzij dit niet mogelijk is omdat het bestuur de ontvanger van de subsidie heeft verzocht bewijsstukken als bedoeld in het eerste lid in te sturen. 6. De subsidieontvanger wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking of wijziging van de subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel