Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 4

Artikel 13

Het verlenen van voorschotten aan derden

Onderdeel van Regeling financieel beheer van het Rijk 2026· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De Ministers en de colleges, elk voor de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, kunnen aan een derde op basis van een risicoanalyse een voorschot verlenen tot maximaal het bedrag van het bestelde product, de dienst of de te verlenen subsidie of bijdrage. 2. In afwijking van het eerste lid verlenen de Ministers en de colleges alleen een voorschot indien uit een risicoanalyse blijkt dat de derde de voorwaarden die aan de levering van het product of dienst, de verlening van de subsidie of de verstrekking van de bijdrage ten grondslag liggen naar verwachting zal nakomen. 3. Het in een eerder begrotingsjaar verlenen van een voorschot met als uitsluitend doel om het voorschot ten laste van dat begrotingsjaar te brengen, is niet toegestaan, tenzij dit in het belang van de Staat is. In dat geval geschiedt de verlening van het voorschot in overeenstemming met de Minister van Financiën. 4. De Ministers en de colleges kunnen op basis van een risicoanalyse nadere voorwaarden verbinden aan de verlening van een voorschot voor de levering van een product of dienst aan de Staat en de verstrekking van de subsidie of bijdrage. 5. De Ministers en de colleges brengen rente in rekening over een verleend voorschot, voor zover dit vanwege de aard van het geleverde product of dienst, de subsidie of bijdrage die aan het voorschot ten grondslag ligt redelijk wordt geacht.

Rechtspraak bij dit artikel