Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 3

Volmachtverlening

Onderdeel van Regeling financieel beheer van het Rijk 2026· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Privaatrechtelijke rechtshandelingen kunnen namens de Ministers, elk voor de begroting waarvoor hij verantwoordelijk is, worden verricht door: de onder de Ministers ressorterende natuurlijke personen voor zover aan hen door de Ministers een volmacht is verleend; de niet onder de Ministers ressorterende natuurlijke personen en rechtspersonen voor zover aan hen door de Ministers een volmacht is verleend. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op: de colleges, elk voor de taak waarvoor hij verantwoordelijk is, indien zij volmacht verlenen tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen; de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Raad voor de rechtspraak, elk voor het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, indien zij volmacht verlenen tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. 3. De volmacht bepaalt welke functionarissen en rechtspersonen de op de volmacht betrekking hebbende privaatrechtelijke rechtshandelingen mogen verrichten.

Rechtspraak bij dit artikel