Dit besluit bevat beleidsregels en goedkeuringen over de maatstaf van heffing voor de btw. De maatstaf van heffing is het bedrag waarover de belastingplichtige btw verschuldigd is. De maatstaf van heffing is in artikel 8 van de wet opgenomen. Deze bepaling is nader uitgewerkt in de artikelen 2 tot en met 5a van het uitvoeringsbesluit en de artikelen 5 tot en met 5b van de uitvoeringsbeschikking. Deze bepalingen vinden hun basis in de hoofdstukken 1, 2 en 5 van Titel VII van de btw-richtlijn.
Het besluit vervangt en actualiseert het besluit van 29 juni 2018, nr. BLKB 2018/84956 (Stcrt. 2018, nr. 37763), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 november 2020, nr. 2020-22956 (Stcrt. 2020, nr. 62745).
De wijzigingen betreffen:
De toevoeging van een onderdeel over het gebruik van tank- of laadpassen bij de bevoorrading van vervoermiddelen met brandstof en elektriciteit;
De verduidelijking dat de doorberekening van negatieve rente door een dienstverlener in bepaalde situaties geen onderdeel van de vergoeding vormt.
Awr
Algemene wet inzake rijksbelastingen
bpm
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
btw
Omzetbelasting
btw-richtlijn
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEG 2006, L 347)
HvJ
Hof van Justitie van de Europese Unie
uitvoeringsbeschikking
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
uitvoeringsbesluit:
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
wet
Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Besluit maatstaf van heffing omzetbelasting· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 oktober 2025