Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.7

Artikel 2.24

Inhoud van het pedagogisch en educatief beleid

Onderdeel van Besluit kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Een pedagogisch en educatief beleidsplan in een kindercentrum bevat ten minste een concrete beschrijving van: de wijze waarop invulling wordt gegeven aan verantwoorde kinderopvang als bedoeld in artikel 2.2; de wijze waarop bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen worden gesignaleerd en ouders worden doorverwezen naar passende instanties voor verdere ondersteuning; de wijze waarop de mentor, bedoeld in artikel 2.16, de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders bespreekt en de wijze waarop aan de ouders en het kind bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind; de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen of basisgroepen en de wijze waarop wordt voldaan aan artikel 2.13, tweede lid; de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe stamgroep of basisgroep waarin zij zullen worden opgevangen; het activiteitenprogramma en het dagritme; de voertaal in het kindercentrum; de kwaliteitsdoelen die de houder wil behalen en een plan van aanpak, planning en periodieke evaluatie daarvan; de verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden binnen het kindercentrum; de wijze waarop de houder samenwerkt met ouders om de ontwikkeling van het kind te stimuleren; en indien het dagopvang betreft, de wijze waarop: ontwikkel- en leerachterstanden worden voorkomen en bestreden; de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd en gestimuleerd en daarbij naar een doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs wordt gestreefd; en met instemming van de ouders kennis over de ontwikkeling van het kind wordt overgedragen aan de school bij de overgang van het kind naar het basisonderwijs. 2. Indien van toepassing bevat het pedagogisch en educatief beleidsplan, in aanvulling op het eerste lid, tevens een concrete beschrijving van: de kaders waarbinnen met inachtneming van artikel 2.13, derde of vierde lid, verantwoord afgeweken kan worden van de personele inzet, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid; de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de stamgroep, stamgroepruimte of basisgroep kunnen verlaten; het beleid ten aanzien van flexibele opvang; de taken die beroepskrachten in opleiding, beroepskrachten als bedoeld in artikel 2.8, derde lid, stagiairs en vrijwilligers kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid en ingezet; indien het dagopvang betreft, de wijze waarop bij toepassing van artikel 2.12, zesde lid, de emotionele veiligheid van en stabiliteit voor de betreffende kinderen wordt geborgd; en indien het buitenschoolse opvang betreft, de omgang met de basisgroep bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel