Gedurende ten minste de helft van de dagdelen per week waarin op een locatie van een kindercentrum kinderopvang plaatsvindt, zet de houder daar een beroepskracht in die beschikt over een opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogische component, op ten minste het niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.9
Aanwezigheid van een beroepskracht met middenkaderopleiding bij een kindercentrum
Onderdeel van Besluit kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026