Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Verstrekking van persoonsgegevens van het Europese deel van Nederland naar Bonaire, Sint Eustatius of Saba

Onderdeel van Besluit kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Op grond van de artikelen 5.1, eerste lid, van de wet of 184 van het Wetboek van strafvordering BES aangewezen ambtenaren kunnen persoonsgegevens verstrekken vanuit het Europese deel van Nederland aan de volgende instanties binnen de openbare lichamen: andere, op grond van de artikelen 5.1, eerste lid, van de wet of 184 van het Wetboek van strafvordering BES aangewezen ambtenaren, voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2 van de wet of de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 2.18 van de wet; het bestuurscollege voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de advisering, bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid, onderdeel a, van de wet of het toezicht op de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 2.18 van de wet; Onze Minister voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor het toezicht of de handhaving op het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2, 3 of 4 van de wet; of de houder of gastouder voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 5.4 van de wet. 2. De persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of d, kunnen betreffen: met betrekking tot de houder of gastouder: naam; administratie- of ID-nummer; contactgegevens; geboortedatum; opleiding; of verklaring omtrent het gedrag; met betrekking tot de beroepskracht: verklaring omtrent het gedrag; en diploma’s en aanvullende bewijsstukken omtrent opleiding, ervaring en scholing; 3. De persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kunnen betreffen, met betrekking tot de houder of gastouder: naam; administratie- of ID-nummer; contactgegevens; of geboortedatum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel