Sinds 2014 worden gemeenten gestimuleerd bij het opzetten van trajecten voor begeleiding van (ex-)gedetineerde burgers. De aanleiding hiervoor is een aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Van der Staaij, waardoor structurele middelen beschikbaar zijn gekomen voor gemeenten,1 Kamerstukken II 2013/14, nr. 33750 VI. thans ter hoogte van € 4,4 mln. per jaar. Met de ‘Bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken’ kunnen gemeenten extra projecten starten om ex-gedetineerden aan een woning en werk te helpen. In de afgelopen jaren is gebleken dat deze gelden een stimulans zijn voor gemeenten om gezamenlijk of met particuliere organisaties trajecten op het terrein van wonen en werken voor (ex-)gedetineerde burgers op te zetten of te financieren.
De onderhavige bijdrageregeling is in lijn met de ketenbrede samenwerking tussen DJI en netwerkpartners. Eén van die netwerkpartners is de gemeente, die een grote rol heeft bij het op orde krijgen van de vijf basisvoorwaarden voor een succesvolle re-integratie: werk & inkomen, wonen, zorg, identiteitsbewijs en schuldhulpverlening. Ook is bekend dat veel gemeenten al voorafgaand aan detentie, vormen van hulp of ondersteuning bieden en dat zij die hulp of ondersteuning tijdens en na detentie voortzetten.
Deze bijdrageregeling is een stimulans voor het realiseren van de ambities uit het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ uit 2019. In dit akkoord, hebben de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de reclasseringsorganisaties en de DJI, hun gezamenlijke maatschappelijke ambities vastgelegd.2Bestuurlijk akkoord Kansen bieden voor re-integratie | Publicatie | dji.nl De kern hiervan is om nauw samen te werken aan een succesvolle re-integratie van gedetineerden en om hen optimaal voor te bereiden op terugkeer naar de maatschappij.3Alleen gemeenten kunnen een bijdrage op grond van deze regeling aanvragen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om bij het vormgeven van trajecten gericht op wonen en werken de samenwerking te zoeken met maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld de reclasseringsorganisaties. Hiervoor heeft het gevangeniswezen in samenwerking met de gemeente de regie op de voorbereiding van de re-integratie tijdens detentie. Na detentie heeft de gemeente de volledige regie op de re-integratie. Al tijdens het verblijf in de penitentiaire inrichting maken het gevangeniswezen en de gemeenten afspraken over de re-integratiedoelen en re-integratieactiviteiten.
Gelet op het hoge aantal gezamenlijke aanvragen van gemeenten onderling en namens gemeenten voor maatschappelijke instellingen, is ervoor gekozen om ook voor 2026 eenzelfde opzet te hanteren als in de voorgaande beleidskaders. Sinds 2019 bestaat bovendien de mogelijkheid om de niet uitgeputte gelden te verdelen onder gemeenten die aangeven dat zij voor een hogere bijdrage in aanmerking willen komen. De bijdragen worden verdeeld op grond van de meest recente cijfers van uitstroom van ex-gedetineerden naar de verschillende gemeenten. In paragraaf 2 wordt aandacht geschonken aan de doelstelling en de uitgangspunten van het beleidskader. Paragraaf 3 geeft de reikwijdte van het beleidskader weer aan de hand van de beoordelingscriteria en in paragraaf 4 wordt helderheid geboden over de verdeelsleutel. Paragraaf 5 gaat over de toekenning, paragraaf 6 over de verantwoording en paragraaf 7 over de bewaartermijn.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken 2026, Dienst Justitiële Inrichtingen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2025