Aan de hand van de onderstaande criteria worden de aanvragen voor de bijdragen beoordeeld en kan de omvang van de bijdrage worden bepaald. Voor iedere gemeente geldt een maximumbedrag dat voor het betreffende jaar aan bijdrage kan worden aangevraagd en verstrekt.
Als doelgroep wordt in deze bijdrageregeling aangewezen legaal in Nederland verblijvende gedetineerden in de zin van de Penitentiaire beginselenwet van wie de detentie of de justitiële titel in 2025 of 2026 eindigt en die zich in 2025 of 2026 na detentie vestigen in een Nederlandse gemeente, behorende tot het Europese grondgebied van het Koninkrijk.
Dit beleidskader is van toepassing op trajecten die in 2025 voor (ex-)gedetineerden zijn gestart en doorlopen in 2026 (zie laatste gedachtestreepje paragraaf kostensoorten) dan wel in 2026 worden gestart. Een traject bestaat uit activiteiten gericht op ex-gedetineerde burgers voor begeleiding rond wonen en werken.
Een ex-gedetineerde kan deelnemen aan verschillende trajecten en een traject kan betrekking hebben op meer dan één ex-gedetineerde.
Een traject is een onderdeel van een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor reintegratie – werk & inkomen, wonen, zorg, identiteitsbewijs en schuldhulpverlening – teneinde een duurzame oplossing te bewerkstelligen op het gebied van wonen en werken. Daarbij kunnen als onderdeel van het traject ook activiteiten worden aangeboden die het sociale netwerk van de ex-gedetineerde versterken.
Een traject kan starten tijdens de detentie.
Voor een bijdrage komen alleen trajectgebonden kosten in aanmerking: bijvoorbeeld de (personele) kosten voor begeleiding, cursus/scholing/training, re-integratieactiviteiten, sollicitatiebegeleiding voor ex-gedetineerden, etc.
Organisatiekosten in de breedste zin – kosten die eventueel worden gemaakt om een traject mogelijk te maken, bijvoorbeeld personele kosten, detacheringskosten, administratiekosten, overheadkosten – komen niet voor een bijdrage in aanmerking. Wel kan de aanvrager hiervoor de verplichte cofinanciering inzetten. De cofinanciering wordt hieronder toegelicht.
De volgende dan wel soortgelijke kostensoorten komen eveneens niet voor een bijdrage in aanmerking:
huur (deze uitzondering ziet niet op trajectkosten voor begeleid wonen);
inkomensgerelateerde uitkeringen ter vervanging of ter verhoging van een Wajong, bijstand, WW, WIA of andere uitkeringen;
(medische) zorg- en behandelkosten;
de kosten voor inrichting van een woning in de breedste zin; – en kosten voor aanschaf van een identiteitsbewijs.
De kosten moeten in het kalenderjaar 2026 worden gemaakt. Ter illustratie: De kosten voor een traject dat in 2025 is gestart en in 2026 doorloopt mogen vanaf 1 januari 2026 met de bijdrage gefinancierd worden, mits de kosten in 2026 zijn gemaakt.
Op dit beleidskader is het subsidiariteitsbeginsel van toepassing: indien trajecten op andere wijze hetzij uit subsidie, hetzij door middel van een andere bijdrage, hetzij op grond van een uitkering worden gefinancierd of te financieren zijn, komen deze trajecten niet voor een bijdrage op grond van dit beleidskader in aanmerking.
De aanvrager is één gemeente of één gemeente die ook namens andere gemeenten, bijvoorbeeld binnen de regio van een Zorg- en Veiligheidshuis, dan wel ten behoeve van samenwerking met een maatschappelijke instelling, een aanvraag voor een bijdrage indient. Een maatschappelijke instelling kan niet zelf (al dan niet als mede-aanvrager) een aanvraag indienen. Het totale bedrag wordt uitgekeerd aan de aanvragende gemeente die toeziet op een verantwoorde inzet van de totale bijdrage.
Minimaal 25% van de totale kosten van de trajecten dient door de gemeente dan wel de maatschappelijke organisatie zelf te worden gefinancierd (cofinanciering). Tot deze 25% kunnen bestaande activiteiten worden toegerekend, waaronder zowel organisatiekosten als personele kosten van de aanvrager of de maatschappelijke instellingen. In de bijlage is per gemeente het minimum aan cofinanciering weergegeven. Ter illustratie: indien een gemeente trajecten wil inzetten waarvan de totale kosten € 10.000 bedragen, dan dient de gemeente minimaal 25% ofwel € 2.500 te cofinancieren. Voor een bijdrage komt dan een bedrag van maximaal € 7.500 in aanmerking, met inachtneming van de verdeelsleutel die onder paragraaf 4 nader wordt toegelicht.
Het totale budget voor te verstrekken bijdragen bedraagt voor 2026 € 4.400.000;
Het maximumbedrag per gemeente wordt bepaald door de verdeelsleutel, die onder paragraaf 4 nader wordt toegelicht.
Het minimum aan te vragen bedrag voor een bijdrage bedraagt € 5.000.
De aanvraag kan zien op verschillende trajecten gericht op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie.
De gemeente dient bij de aanvraag aan te geven hoeveel ex-gedetineerden zij beoogt te bereiken.
Ervaring leert dat het budget niet geheel wordt uitgeput, omdat niet alle gemeenten gebruikmaken van de regeling. Omdat bekend is dat bij veel deelnemende gemeenten de gerealiseerde kosten voor de doelen waarvoor op grond van deze regeling een bijdrage wordt toegekend, in de regel hoger uitvallen dan de toegekende bijdrage, kunnen gemeenten in de aanvraag aangeven dat zij in aanmerking willen komen voor een hogere bijdrage dan zij op grond van de verdeelsleutel krijgen toebedeeld. Het niet uitgeputte bedrag wordt evenredig verdeeld op basis van de verdeelsleutel onder de aanvragers, die hiervoor in aanmerking wensen te komen. Ook deze hogere bijdrage moet worden besteed aan de in deze regeling opgesomde doelen.
De hoogte van de eventueel toe te kennen hogere bijdrage is afhankelijk van het totaal aantal aanvragende gemeenten en het aantal gemeenten dat voor een hogere bijdrage in aanmerking wil komen. De hoogte van de aanvullende bijdrage is daardoor niet op voorhand bekend. Het zal daarbij overigens naar verwachting niet gaan om een substantiële verhoging.
Op het aanvraagformulier kan worden aangegeven of de aanvrager in aanmerking wil komen voor een hogere bijdrage.
Alle andere voorwaarden in deze regeling gelden ook voor de aangevraagde verhoging. De aanvrager dient zich te realiseren dat door deze verhoging de grens van € 25.000 kan worden overschreden, met een ander verantwoordingstraject tot gevolg (zie paragraaf 6).
Vanaf 1 november tot 15 december 2025 kunnen aanvragen elektronisch worden ingediend bij Het Projectenbureau DJI. Het aanvraagformulier is op te vragen via: Projectenbureau.DJI@dji.minjus.nl.
Een aanvraag dient voor de sluitingsdatum compleet te zijn aangeleverd onder vermelding van ‘Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor Wonen en Werken 2026’.
Een aanvrager kan een aanvraag indienen tot het maximum dat de gemeente(n) toekomt op grond van de onder paragraaf 4 gegeven verdeelsleutel. Een aanvrager kan aangeven in aanmerking te willen komen voor een hogere bijdrage.
Door de Divisiedirecteur Gevangeniswezen/Vreemdelingenbewaring van DJI wordt, namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, een beschikking met daarin de toegekende bijdrage toegezonden.
Artikel 3
Beoordelingscriteria
Onderdeel van Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken 2026, Dienst Justitiële Inrichtingen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2025