De ACM geeft in dit besluit een beschrijving van de methode waarmee zij het redelijk rendement vaststelt. De ACM heeft sinds 9 oktober 20212Zie Staatsblad 2021, 459. de ACM de wettelijke bevoegdheid om een rendementstoets uit te voeren. De ACM toetst daarbij of een individuele warmteleverancier een meer dan redelijk rendement heeft behaald. Om het door de warmteleverancier behaalde rendement af te kunnen zetten tegen een redelijk rendement, stelt de ACM ingevolge artikel 7, lid 2, Warmtewet een redelijk rendement vast. Dit doet zij op basis van de WACC.
In de Beleidsregel rendementstoets3Beleidsregel rendementstoets warmte, 22 augustus 2023, ACM/UIT/602352 (acm.nl). geeft de ACM invulling aan de wijze waarop zij de rendementstoets uitvoert. Zo houdt de ACM bij de vaststelling van het meer dan redelijk behaalde rendement rekening met de levenscyclus van warmtenetten en het asymmetrisch reguleringsrisico (artikelen 6 en 6a4Art. 6a is aan de Beleidsregel toegevoegd naar aanleiding van de beroepsprocedure bij het CBb.), met eventuele efficiëntiewinsten van de leverancier (artikel 7) en met eventuele erkende innovatieve investeringen (art. 7a5Ibid). Verder zal (artikel 10) een significant gestegen marktrente op het moment van toetsing ten opzichte van de marktrente zoals die is meegenomen in het in dit besluit redelijk rendement voor de ACM een zwaarwegende reden zijn om (gedeeltelijk) van verdiscontering in het warmtetarief af te zien.
In dit besluit bepaalt de ACM het redelijk rendement (op basis van de WACC) ten behoeve van de rendementstoets voor warmteleveranciers. De ACM heeft een deskundige externe partij een adviesrapport laten opstellen voor de bepaling van de WACC. De ACM heeft zich laten adviseren door Brattle. Brattle heeft in 2022 een eerste adviesrapport opgesteld. De ACM heeft dit adviesrapport (hierna: adviesrapport Brattle 20226Brattle, The WACC for Heating Companies in the Netherlands, 19 juli 2022 (acm.nl).) gebruikt voor de vaststelling van het ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers7Ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers, 29 augustus 2022, ACM/UIT/579602 (acm.nl). N.a.v. de procedure bij het CBb is in dit gewijzigde besluit de titel aangepast naar Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers, zie randnr. 8b. (hierna: het ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers). In 2023 heeft Brattle op verzoek van de ACM een update opgesteld van het adviesrapport uit 2022 op basis van de meest actueel beschikbare gegevens (hierna: adviesrapport Brattle 2023).8Brattle, The WACC for Heating Companies in the Netherlands, 7 augustus 2023 (acm.nl). Dit adviesrapport Brattle 2023 is gebruikt voor de vaststelling van het WACC-besluit warmteleveranciers en is als bijlage bij dit besluit gepubliceerd op haar website. De ACM heeft tevens als bijlage bij dit besluit op haar website het Excelbestand “WACC-model warmteleveranciers rendementstoets” gepubliceerd met daarin de berekening van de WACC voor de jaren 2018–2022 en 2023–2025.
Dit is de eerste keer dat de ACM een redelijk rendement (op basis van de WACC) vaststelt voor de warmteleveranciers en de warmteactiviteiten die zij uitvoeren. De ACM heeft eerder al wel een WACC vastgesteld voor afleversets.9Tarievenbesluit warmteleveranciers 2023, 9 december 2022, ACM/UIT/588405 (acm.nl). De verhuur van afleversets betreft slechts één van de activiteiten van warmteleveranciers.
De ACM heeft belanghebbenden via klankbordgroepen op informele wijze betrokken bij de methode en de berekeningen om te komen tot het redelijk rendement.
Op 20 juli 2022 heeft de ACM het adviesrapport Brattle 2022 gepubliceerd op haar website. Op 29 augustus 2022 heeft de ACM het ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers gepubliceerd. Betrokken partijen zijn formeel in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op het ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers en op het adviesrapport Brattle 2022 dat daaraan ten grondslag lag. Een samenvatting van de ontvangen zienswijzen op het ontwerpbesluit WACC warmteleveranciers en de reactie van de ACM hierop zijn opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit.
Op 2 oktober 2023 heeft Vereniging Energie-Nederland (hierna: VEN) beroep aangetekend tegen dit besluit zoals dat door de ACM op 23 augustus 2023 is genomen. Dat lopende beroep heeft op de zitting van 12 november 2024 geresulteerd in een proces-verbaal waarin afgesproken is om in zowel dit besluit als de beleidsregel rendementstoets wijzigingen door te voeren.
De ACM heeft in dit besluit de volgende aanpassingen gedaan. Als eerste heeft de ACM het besluit hernoemd. De titel van het besluit was ‘’Besluit WACC warmteleveranciers’’ en is geworden ‘’Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers’’. Voorts heeft de ACM een opslag van 0,5% verwerkt in dit besluit voor het asymmetrisch reguleringsrisico. Ook in de beleidsregel rendementstoets warmte komt deze opslag en de daaraan verbonden voorwaarden terug (artikel 6a). De ACM heeft de gearing ambtshalve aangepast.
Daarnaast heeft de ACM als gevolg van bovengenoemde beroepszaak onderzoek gedaan naar de kostenvoet vreemd vermogen (KVV). Bij het bepalen van een eventuele opslag betrekt de ACM gegevens van meer warmteleveranciers dan in het oorspronkelijke besluit. Op basis van deze gegevens concludeert de ACM dat er geen opslag op de KVV van kleine warmteleveranciers bestaat. Ook dient de ACM, als gevolg van voormelde beroepszaak, een opslag voor de kosten van eigen vermogen (KEV) te hanteren, gelijk aan de opslag voor de KVV. Aangezien de ACM geen opslag KVV kan vaststellen, stelt de ACM ook geen opslag voor KEV vast. Verder beschrijft de ACM in de beleidsregel rendementstoets warmte (artikel 7a) hoe de ACM omgaat met dat deel van het geïnvesteerd vermogen dat geclassificeerd kan worden als innovatieve investeringen.
In het hiernavolgende hoofdstuk zet de ACM uitgangspunten uiteen die zij heeft gehanteerd om het redelijk rendement op basis van de WACC te bepalen (hoofdstuk 3). De ACM gaat vervolgens in op de kostenvoet eigen vermogen (hoofdstuk 4), de kostenvoet vreemd vermogen (hoofdstuk 5), het onderzoek en de wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van de lopende beroepsprocedure (hoofdstuk 5a) en de gearing en de belastingvoet (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7 stelt de ACM de hoogte van het redelijk rendement vast. De ACM sluit in hoofdstuk 8 af met het dictum.
Artikel 2
Inleiding
Onderdeel van Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 9 oktober 2025