Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.8

Bestedingstermijn en terugvordering oude reserves

Onderdeel van Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Indien de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 8.3.2, vijfde lid, WEB zoals dat luidde op 31 december 2025 niet of niet geheel zijn besteed in het kalenderjaar waarvoor ze zijn verstrekt, mag het resterende bedrag: voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 conform artikel 4.3, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025 zoals dat luidde op 30 april 2025 uiterlijk in kalenderjaar 2026 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkeringen zijn bestemd; en voor de kalenderjaren 2002 tot en met 2020 uiterlijk in kalenderjaar 2029 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkeringen zijn bestemd. 2. De specifieke uitkering, bedoeld in de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie zoals die luidde op 30 april 2026 dient conform artikel 5, eerste lid, van die regeling uiterlijk in kalenderjaar 2026 te worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkering is bestemd. 3. Artikel 4.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Treedt in werking op het moment waarop artikel I, onderdeel II, van de Wet van school naar duurzaam werk (Stb. 2025/210) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel