**1.** Het adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet uit binnen vier weken na ontvangst van de in artikel 8, eerste lid, van de wet bedoelde stukken, of binnen de termijn waarbinnen een ieder in de gelegenheid wordt gesteld langs elektronische weg opmerkingen te maken over het concept indien die termijn langer is dan vier weken.
**2.** In verband met de termijn, bedoeld in het eerste lid, vindt voorlegging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet plaats op een zodanig tijdstip dat besluitvorming na die termijn kan plaatsvinden. Indien een ieder in de gelegenheid wordt gesteld langs elektronische weg opmerkingen te maken over het concept vindt voorlegging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet uiterlijk voorafgaand aan internetconsultatie plaats. In uitzonderlijke gevallen waarin spoedige inwerkingtreding van de voorgenomen regelgeving nodig is, kan de minister die het aangaat in afstemming met het adviescollege hiervan afwijken.
**3.** Indien de in artikel 8, eerste lid, van de wet bedoelde stukken inhoudelijk zodanig complex zijn dat het adviescollege zich niet in redelijkheid binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een afgewogen oordeel kan vormen over de regeldrukeffecten, kan het adviescollege besluiten zijn advies ten hoogste vier weken later uit te brengen. Het adviescollege stelt de minister die het aangaat daarvan onverwijld op de hoogte.
**4.** In uitzonderlijke gevallen waarin spoedige inwerkingtreding van de voorgenomen regelgeving nodig is, brengt het adviescollege op verzoek van de minister die het aangaat een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet uit binnen een door die minister in afstemming met het adviescollege te bepalen termijn.