Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.11

IBZ_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium IBZ_C op: de indeling in IBZ_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels; de leeftijd volgens het PKB 2023; de som van de kosten over 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en verloskunde via medisch-specialistische zorg; de som van de kosten 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en verloskunde via medisch-specialistische zorg; 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2023 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke IBZ_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte gelijk aan de verzekeringsperiode in het PKB 2023. 3. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2024 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2024 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2024 toe. 5. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2025 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2025 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2025 toe. 7. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in. 8. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden in alle klassen van het criterium IBZ_C naar de macroverzekerdenraming. 9. Het Zorginstituut past een correctie toe op IBZ_C-klasse 1 op basis van het gerealiseerde aantal verzekerden in IBZ_C-klasse 1 in 2023. 10. Het Zorginstituut past een correctie toe op de IBZ_C-klassen 2 en 3 op basis van de historische verhouding van het aantal gerealiseerde bevallingen in het criterium IBZ_C ten opzichte van het aantal 0-jarigen in het criterium L5G.

Rechtspraak bij dit artikel