Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.14

MHK_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MHK_C op: de indeling in MHK_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 10 van deze Beleidsregels; de kosten over 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: verpleging en verzorging; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en verloskunde via medisch-specialistische zorg; de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2024, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: verpleging en verzorging; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en verloskunde via medisch-specialistische zorg; de kosten over 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: verpleging en verzorging; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; de opgave per 6 juni 2025 van kosten verloskunde via medisch-specialistische zorg 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer via Vektis aan het Zorginstituut; de opgave per 25 april 2025 van hulpmiddelenkosten 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer via Vektis aan het Zorginstituut; de opgave per 25 april 2025 van hulpmiddelenkosten 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer via Vektis aan het Zorginstituut; de opgave per 25 april 2025 van hulpmiddelenkosten 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer via Vektis aan het Zorginstituut; de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2025 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2024; de leeftijd volgens het PKB 2024; en het PKB 2023, PKB 2022 en PKB 2021. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met k, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2024 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 10 van deze Beleidsregels, in welke MHK_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2024 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2022 toe. 4. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2025. Op de verzekerden die in het PER 2025 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2023 toe. 5. Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_C’ in. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK_C naar de macroverzekerdenraming. De relatieve prevalentie van verzekerden die in Nederland wonen wordt per klasse bepaald met de relatieve prevalentie zoals die volgt uit de kosten van de gegevensjaren 2023, 2022 en 2021 van de Overall Toets 2026.

Rechtspraak bij dit artikel