Naar hoofdinhoud

4 Hoofdstuk IV

Artikel 4.25

De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025

1. Het Zorginstituut bepaalt de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk en voor de gezamenlijke zorgverzekeraars op basis van de opgave jaarstaat 2026 per 1 mei 2027 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Rrv. 2. Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk en voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar of ouder 2026 van alle zorgverzekeraars gezamenlijk met de op grond van Artikel 4.24 herberekende gewichten en overeenkomstig de in Artikel 2.27 en 2.28 beschreven rekenwijze. 3. Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 voor verzekerden van achttien jaar of ouder door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 voor de gezamenlijke zorgverzekeraars te delen door het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar of ouder 2026 van alle zorgverzekeraars gezamenlijk. 4. Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk en voor de gezamenlijke zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2026 met de schalingsfactor. 5. Het Zorginstituut berekent voor de gezamenlijke zorgverzekeraars het verschil tussen het product berekend in het vierde lid en het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 in het tweede lid. Het Zorginstituut deelt dit bedrag door het totaal aantal ingeschreven verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is. 6. Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het vijfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven. 7. Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar, berekend in het vierde lid, met het product voor die zorgverzekeraar, berekend in het zesde lid. 8. Voor de bandbreedteregeling voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026: bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het resultaat in het zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 in het eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor de gezamenlijke zorgverzekeraars het verschil tussen het resultaat in het zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026 in het eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; en past het Zorginstituut artikel 3.16 van het Bzv toe op het zevende lid en betrekt daarbij het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat uit onderdeel b. 9. Het resultaat uit het achtste lid, onderdeel c wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel